
Smalspooronderhoud wil zeggen dat het onderhoud wordt uitgevoerd met machines met een kleine spoorbreedte en vindt plaats vanaf onderhoudspaden van een breedte, variërend van 1,50 tot 1,75 meter. Deze onderhoudspaden zijn eigendom van het waterschap. Machines die ingezet worden bij smalspooronderhoud zijn trekkers (maai-harkcombinatie) of rupskranen.
Breedspooronderhoud wil zeggen dat het onderhoud wordt uitgevoerd met machines met een gangbare werkbreedte die in de landbouw gebruikelijk is. Er wordt gebruik gemaakt van normale landbouwtrekkers of mobiele kranen. De ruimte die deze machines nodig hebben om een waterloop te schonen is 5 meter. Met deze breedte kan de machine op voldoende afstand van de insteek werken en is er zelfs ruimte om enigszins te versporen. Deze route blijft in eigendom van de aanliggende eigenaar. De eigenaar gebruikt deze strook in zijn normale bedrijfsvoering. Het waterschap maakt er slechts gebruik van ten behoeve van het onderhoud.
Waterschap Veluwe past verschillende onderhoudsmethodieken toe en heeft dit vertaald naar onderhoudstypen. Per onderhoudstype wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van het onderhoud.
Maatregelen geldend voor alle onderhoudstypen:
Dit water is gelegen in de bebouwde kom van gemeenten, in de vorm van vijvers of grachten. In deze wateren verschilllende machines ingezet zoals maaiboot, smalspoor, korf en handmatig onderhoud.
Het onderhoud aan het stedelijk watersysteem is gericht op goed waterbeheer met een lage onderhoudsfrequentie. Het maaionderhoud van deze vaak robuuste watersystemen vindt - indien noodzakelijk - één keer per jaar plaats, bij voorkeur in de maanden september en oktober. De ingreep beperkt zich tot het maaien van een gedeelte van het natte profiel (enkele banen) zodat delen van de vegetatie worden gespaard. De vegetatie wordt op hopen op de oever gezet en daarna afgevoerd. De oeverzones worden onderhouden door de gemeenten.
De meeste sprengen (sprengkoppen en delen gelegen in bos of volledig ingesloten door beekbegeleidende beplanting) zijn aangewezen als SED- of HEN- wateren. Sprengenonderhoud bestaat uit de werkzaamheden die nodig zijn om het watergevende en transporterende deel van de sprengenbeek functioneel te houden. Dit bestaat meestal uit verwijderen van overtollig blad en obstakels en wordt veelal handmatig uitgevoerd vanaf december tot uiterlijk 15 februari. Deze datum geldt als richtlijn en is mede afhankelijk van weersomstandigheden. Als eerder paaiende beekprik wordt waargenomen worden de werkzaamheden onmiddellijk gestaakt.
Handmatig maaiwerk wateren In deze wateren wordt het maaiwerk handmatig (met zeis, bosmaaier en greep) uitgevoerd, omdat deze wateren niet te benaderen zijn met machines.
KorfwaterenDit zijn wateren die op grond van hun bereikbaarheid, vorm en afmeting geschikt zijn voor maaionderhoud met de maaikorf aan trekker, kraan of minikraan. Het zijn wateren met relatief korte taluds en een maximum bovenbreedte van circa 6 m voor éénzijdig onderhoud en tot 12 meter voor tweezijdig onderhoud.
Dit zijn korfwateren met langere taluds, waarbij het noodzakelijk geacht wordt de vegetatie op de bovenwatertaluds in volume te reduceren middels een eco-klepelmaaier, die voorafgaand aan de korf wordt ingezet. Met de eco-klepelmaaier wordt de vegetatie gemaaid en van het talud afgevoerd met een transportband. Het onderhoud van de bodem wordt uitgevoerd met behulp van een maaikorf.
wateren Dit zijn wateren die door hun bereikbaarheid en/of breedte alleen geschikt zijn voor onderhoud met de maaiboot. Zowel de taluds als de bodem worden gemaaid vanuit het water.
Smalspoorwateren Smalspoorwateren hebben een waterbreedte tot circa 1,25 meter. en zijn ten behoeve van het maaionderhoud ingericht met onderhoudspaden van een breedte, variërend van 1,50 tot 1,75 meter. waarover alleen speciaal voor dit doel ingerichte machines met kleine spoorbreedte kunnen rijden.
r- en korfwateren Dit zijn smalspoorwateren met een bovenbreedte tot circa 12 meter waarbij de bodemvegetatie gemaaid wordt met een maaikorf aan een smalspoorkraan. Deze wateren zijn aan weerszijden voorzien van een onderhoudspad met een breedte van 1,50 tot 1,75 meter. De onderhoudspaden en taluds worden met behulp van smalspoormachines onderhouden.
Smalspoor bootwateren Dit zijn smalspoorwateren doorgaans met een bovenbreedte groter dan 12 meter waarbij de bodemvegetatie (doorstroomprofiel) wordt schoongehouden met behulp van een maaiboot. Deze wateren zijn aan weerszijden voorzien van een onderhoudspad met een breedte van 1,50 tot 1,75 meter. De onderhoudspaden en taluds worden met behulp van smalspoormachines onderhouden.