logo waterschap veluwe
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Actueel > Waterschap op tv > Verloren Beek

Verloren Beek

Romeo Neuteboom Spijker, projectleider bij de afdeling Projecten van Waterschap Veluwe, vertelt op TV Gelderland, in de uitzending van Buitengewoon, over de Verloren Beek.

Uitgeschreven tekst videofragment

Interviewer: Dit is de Verloren Beek. Waarom heet die zo?

Romeo: Hij is verloren omdat er eigenlijk nooit watermolens aan hebben gestaan. In economische zin was het een verloren beek, omdat men er geen geld mee kon verdienen.

Interviewer: In dit gebied stonden heel veel watermolens. Wat was dat voor een soort industrie?

Romeo: De Veluwe is bekend eigenlijk vanwege zijn watermolens, die gebruikten het water uit dit gebied om de molens aan te drijven. De watermolens werden vooral gebruikt bij wasserijen en koperslagers om papier te maken.

Interviewer: En dat zorgde weer voor heel veel vervuiling?

Romeo: Klopt, ja. Toen die hele industrie over was. Moet je voorstellen vroeger waren ze niet zo secuur. Toen bleef dat allemaal liggen en verwaarloosde allemaal. Tot een jaar of twintig geleden toen is Waterschap Veluwe met bijvoorbeeld provincie Gelderland en andere partners bezig geweest om al het achterstallig onderhoud op te knappen. Dus al die milieuverontreiniging weg te halen om er weer mooie en schone beken van te maken.

Interviewer: Maar deze beek bleef schoon?

Romeo: Ja, hier hebben geen molens aangestaan en deze beek was eigenlijk harstikke goed. Neemt niet weg dat we op sommige plekken, je wilt het erg goed hebben, toch nog wel een aantal dingen hebben gedaan. Maar van milieuverontreiniging hebben we weinig last.

Interviewer: Dit is een gloednieuwe speciaal aangelegde vistrap?

Romeo: Ja, hier stond eerst eerst een stuw,daar konden de vissen niet tegen op. Moet je voorstellen ze willen het hele jaar door heen en weer kunnen zwemmen. Pas op dat je niet uitglijdt.

Interviewer: Ja dat gaat me bijna gebeuren.

Romeo: We hebben nu zeg maar allemaal geleidelijk kleine stapjes gemaakt, kiertjes, zodat die vissen gewoon in een keer kunnen doorzwemmen die kant op.

Interviewer: Ik stamp.

Romeo: Nou even kijken. Ja, daar zit er een. Een elrits.

Interviewer: Is dat een goede vangst?

Romeo: Ja dat is een hele goede vangst. Een hele bijzondere beschermde zeldzame soort. Die echt een kroon is op het werk van het waterschap.

Interviewer: Vasthouden?

Romeo: Ja, daarvoor leggen we dit soort dingen aan. Alsjeblieft.

Interviewer: Wouw

Romeo: Mooi hé.

Interviewer: Jeetje.

Romeo: Hij heeft een goudkleurige zijkant, rooie lippen en rooie vinnen. Dit is een echt paaikleed. Stippeltjes op zijn kop. Dit is een mannetje.

Interviewer: En een paaikleed is om een beetje aantrekkelijk te zijn voor de vrouwtjes?

Romeo: Ja, voor de vrouwtjes. Het is een hele bijzondere vangst. Het is een hele kritische soort.

Interviewer: Deze vis is heel zeldzaam?

Romeo: Deze is heel zeldzaam. Hij komt alleen hier voor en in Zuid Limburg en op andere plekken in Europa. Maar in Nederland is die bijzonder zeldzaam.

Interviewer: En dit is één van de ‘big four' toch?

Romeo: Ja, ‘big four'. Dat zeg je goed. Dat zijn de beekprik, de rivierdonderpad, het bermpje en de elrits. Nou de elrist hebben we net al gezien dus één van de vier hebben we.

Interviewer: Zullen we deze ook vrijlaten?

Romeo: Dat lijkt me een goed plan.

Interviewer: Even kijken. Oh, daar is die. En weg.

Romeo: Mooi. Nou dat was de eerst.

Interviewer: En nu nog drie?

Romeo: Nu die andere drie. Ja. Kijk hier hebben een andere van de ‘big four'. Het is een heel net vol.

Interviewer: De elrits hebben we net gezien. En welke zijn dit nou?

Romeo: Nou, dit is een beetje moeilijk om te zien. Ze lijken allemaal een beetje op elkaar. Deze gevlekte is het bermpje, dat zijn er een aantal. En dat palinkje, dat lijkt een beetje op een regenworm, dat is een beekprik. Die ook. En, even kijken, ik zal nog een rivierdonderpad. Deze met die grote kop.

Interviewer: Die is heel mooi.

Romeo: Dat is een rivierdonderpad.

Interviewer: Wouw, hij heeft enorme vinnen.

Romeo: Ja, gaaf hé. Het zijn allemaal hele beschermde zeldzame soorten. Dus wat we nu doen met dit schepnet, daar heb je heel veel vergunningen en ontheffingen voor nodig. Het is zeker niet zo dat alle mensen hier hun gangetje kunnen gaan. Dit is voorbehouden aan een paar mensen die voor visonderzoek. We gaan ze tellen en de gegevens gebruikt het waterschap weer om te kijken of het beheer en onderhoud goed is.

Interviewer: Nu gaan we ze zo meteen weer vrijlaten. Waar zwemmen ze dan naartoe?

Romeo: Ze zwemmen weer terug in de beek en dan afhankelijk van waar ze zin in hebben dan zwemmen ze weer verder, stroomt afwaarts of op. Ze hebben de beek eigenlijk nodig voor een aantal fasen in hun leven, om te overwinteren, voedsel zoeken en te paaien. Op dit moment is ook de paaitijd voor de beekprik voorbij. Dus die vissen die je hier ziet die komen misschien volgend jaar of over drie jaar zijn ze misschien zo ver. En die anderen gaan dan lekker een plekje zoeken en kruipen weer onder een steen.

Interviewer: Dan heb ik nog één vraag. We doen zo veel moeite voor vier van die minescule kleine visjes. Die net over de grens in heel grote getallen voorkomen. Waarom doen we dan nou?

Romeo: Dit is het werk dat het waterschap doet. Deze vissen zijn daarvoor een perfecte graadmeter. Deze vissen zijn die heel kritisch. Dus eigenlijk kan je zeggen dat als deze vissen in deze beek voorkomen en dat doen ze hier. Dan hebben we het werk eigenlijk heel goed voor elkaar. Goed gedaan.

Interviewer:  Dan is het schoon water?

Romeo: Ja, dan is het schoon water en het milieu goed. Het is een hele goede afspiegeling van het milieu. Dat is op dit moment hier prima.

logo waterschap veluwe
Naar boven