Op 1 januari 1994 zijn de eerste en tweede tranche van de Algemene wet bestuursrecht in werking getreden. Op 1 januari 1998 is de derde tranche (Awb3) in werking getreden. Derde tranche omvat o.m. een - uitvoerige- regeling van het onderwerp subsidiëring. In deze regeling (titel 4.2 van de wet) heeft de wetgever, regels die in de jurisprudentie met betrekking tot subsidiering zijn gegroeid, gecodificeerd en voorts een harmonisatie tot stand gebracht van de talloze wettelijke regelingen op dit gebied.
Volgens de Memorie van Toelichting zijn de doelstellingen van titel 4.2:
-
1. Het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies;
-
2. Het verschaffen van voldoende rechtszekerheid aan subsidie-ontvangers;
-
3. Beheersbaarheid van de overheidsuitgaven.
De subsidieregeling van de Awb bouwt - conform de systematiek van de wet- voort op de algemene regelingen van de vorige tranches. Voor de vraag aan welke eisen een beschikking tot subsidieverstrekking moet voldoen, moeten dan ook niet alleen de bepalingen van titel 4.2 worden geraadpleegd. maar bijv. ook titel 4.1 (algemene bepalingen over beschikkingen), afdeling 3.2 (zorgvuldigheid en belangenafweging) en afdeling 3.6 (bekendmaking en mededeling van besluiten).
Grote inhoudelijke verschuivingen heeft titel 4.2 niet tot gevolg. De regeling behelst vooral procedure-bepalingen, die toch wel afwijken van de gang van zaken omtrent subsidieverstrekking, zoals bij het waterschap tot nu toe gebruikelijk was. Hier zullen enige vermeldenswaardige elementen worden aangestipt.
De wet (artikel 4:21) definieert het begrip subsidie als:
De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten.
Deze definitie geeft aan de subsidietitel een ruim bereik. De wet verplicht ertoe om voor elke subsidiëring een wettelijke grondslag vast te stellen. Zo wordt duidelijkheid geschapen over de rechten en plichten van subsidieverstrekker en - ontvanger. Tegelijk wordt de subsidieverstrekkende overheid gedwongen zich terdege af te vragen welke doelen met de subsidie worden nagestreefd en welke voorschriften en bevoegdheden noodzakelijk zijn om die doelen te bereiken.
Subsidies kunnen i.v.m. de beheersbaarheid van de overheidsuitgaven uitsluitend voor bepaalde tijd worden verstrekt. Aldus wordt de subsidieverstrekker gedwongen bij afloop van de termijn stil te staan bij de wenselijkheid van voortzetting van de subsidie.
De wet kent de mogelijkheid tot vaststelling van een subsidieplafond. Dit middel geeft de overheid, tezamen met het aloude middel van het begrotingsvoorbehoud, de mogelijkheid om de uitgaven voor subsidiëring, althans voorzover subsidieverstrekking plaatsvindt op basis van een verordening, binnen de begrote posten te houden. Is voor een subsidieregeling geen plafond vastgesteld, dan heeft zij een open eind en kan het tekortschieten van de beschikbare middelen niet als afwijzingsgrond worden gehanteerd. Voor de duidelijkheid wordt nog opgemerkt, dat de vaststelling van een begrotingspost niet tevens de vaststelling van het subsidieplafond impliceert. De vaststelling van het plafond moet plaatsvinden bij een afzonderlijk besluit. Aldus is het ook mogelijk om het plafond op een lager bedrag vast te stellen dan het bedrag van de begrotingspost.
De derde tranche verplicht het bestuur tot periodieke evaluatie van en rapportage over de doeltreffendheid en de effecten van de op de verordening(en) berustende subsidies. Ook deze verplichting kan worden gezien in het licht van het beheersen van overheidsuitgaven.
Behalve de nieuwe definitie van het begrip subsidie brengt titel 4.2 nog enkele andere terminologische veranderingen.
Zo is de algemene term voor het geven van subsidie - in de geldende regelgeving veelal aangeduid als "subsidieverlening" - verstrekken van subsidie.
Verlenen is in Awb3 de term voor het inwilligen van een subsidie-aanvraag voor een bepaalde -in het algemeen toekomstige - activiteit. Met de verlening krijgt de aanvrager aanspraak op financiële middelen, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht. "Verlenen" is daarmee het equivalent van het begrip "toekennen" in de huidige regelgeving.
Vaststellen is (blijft) de term voor het vaststellen van het bedrag van de subsidie en het verschaffen van aanspraak op betaling van dit bedrag.
Activiteiten tenslotte is in de Awb de algemene term voor datgene waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Ook wanneer wordt gesubsidieerd in het exploitatietekort van een instelling, dan wel op basis van door de subsidie-ontvanger behaalde resultaten of geleverde prestaties, wordt die term dus gehanteerd.