
(geconsolideerde versie, geldend vanaf 1-1-2012)
| Overheidsorganisatie | Waterschap Veluwe |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Organisatieverordening Waterschap Veluwe 2007 |
| Citeertitel | Organisatieverordening Waterschap Veluwe 2012 |
| Vastgesteld door | algemeen bestuur |
| Onderwerp | bestuur en recht; bestuur – waterschappen |
:
29-9-2011
:
www.veluwe.nl
Geen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
|
1-1-2012 |
nieuwe regeling |
29-9-2011 www.veluwe.nl |
- |
|
|
3-3-2010 |
nieuwe regeling |
3-3-2010 De Stentor
|
- |
|
|
3-3-2010 |
Ingetrokken |
3-3-2010 De Stentor
|
digitaal |
|
|
1-1-2007 |
nieuwe regeling |
21-11-2006 Onbekend.
|
Docnr 118511 |
Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Veluwe;
Op het voorstel van Dijkgraaf en Heemraden van 24 augustus 2011;
Overwegende dat:
het noodzakelijk is een organisatieverordening vast te stellen om op een duidelijke wijze aan te geven
hoe de bestuurlijke organisatie van Waterschap Veluwe en de gezamenlijke ambtelijke organisatie van Waterschap Vallei & Eem en Waterschap Veluwe zijn vormgegeven en welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de bestuursorganen en organisatieonderdelen hebben;
Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Waterschapswet en het Reglement voor Waterschap Veluwe;
b e s l u i t:
Vast te stellen de navolgende Organisatieverordening Waterschap Veluwe 2012:
In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 5 Dijkgraaf
Artikel 6 Secretaris
Voor zover die bevoegdheden niet reeds zijn toegekend bij de Waterschapswet of bij of krachtens een bijzonder wettelijk voorschrift, zijn aan het college van dijkgraaf en heemraden de navolgende bevoegdheden overgedragen krachtens delegatie:
Aan de uitvoering van de gedelegeerde bevoegdheden zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Aan de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Deze verordening kan worden aangehaald als "Organisatieverordening Waterschap Veluwe 2012".
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 29 september 2011.
De dijkgraaf, De secretaris,
ir. G. Verwolf ing. P. Spaan
Er is voor gekozen om de verordening zo beknopt mogelijk te houden. In deze toelichting volgt, waar nodig, een nadere uitleg.
Op 1 januari 2012 zijn de waterschappen Veluwe en Vallei & Eem ambtelijk gefuseerd. Op 1 januari 2013 fuseren de beide waterschappen ook bestuurlijk. Per 1 januari 2013 is er dus een nieuw waterschap. Tot die tijd blijven de twee waterschappen bestaan. Ze hebben gezamenlijk één ambtelijke organisatie die voor beide waterschappen werkt. Voor een goede bestuurlijke aansturing van de ambtelijke organisatie is het noodzakelijk dat de besturen van de beide waterschappen met elkaar samenwerken en hun besluitvorming op elkaar afstemmen. De ambtenaren die voor de ambtelijke organisatie werken blijven in dienst van het waterschap waarbij ze op 31 december 2011 in dienst waren. Aan de ambtenaren die in dienst zijn van Waterschap Vallei & Eem wordt door het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Veluwe hetzelfde mandaat verleend als aan de ambtenaren van Waterschap Veluwe. Aan de ambtenaren die in dienst zijn van Waterschap Veluwe wordt door het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei & Eem hetzelfde mandaat verleend als aan de ambtenaren van Waterschap Vallei & Eem. Door bovenstaande mandaatverlening zijn ambtenaren van het ene waterschap ook bevoegd voor het andere waterschap te werken.
In artikel 2 worden de aandachtsgebieden van de directie, de verschillende eenheden, programma ‘s en afdelingen van de organisatie genoemd. Voor de goede orde wordt er op gewezen dat het college van dijkgraaf en heemraden bevoegd is om deze indeling te wijzigen, voorzover het gaat om wijzigingen van ondergeschikt belang. Deze bevoegdheid is (samen met de overige mandaatbevoegdheden) geregeld in artikel 9.
De taken van het algemeen bestuur worden in de Waterschapswet vermeld. Het voert te ver om in deze ambtelijke organisatieverordening al deze taken specifiek te benoemen.
Een aantal taken die het algemeen bestuur heeft naast de in de Waterschapswet aangegeven taken zijn:
De taken van het college van dijkgraaf en heemraden zijn in de wet aangegeven. Naast de wettelijke taken houdt het college van dijkgraaf en heemraden zich specifiek ook bezig met o.a. het toezicht houden op de te bereiken resultaten aan de hand van de voortgangsrapportages.
De dijkgraaf is lid van het college van dijkgraaf en heemraden en voorzitter (en geen lid) van het algemeen bestuur. De taken van de dijkgraaf zijn eveneens neergelegd in de Waterschapswet. De dijkgraaf voert daarnaast de volgende taken uit:
De taken van de secretaris zijn aangegeven in de Waterschapswet. Daarnaast is in het Reglement voor Waterschap Veluwe in hoofdstuk 3 paragraaf 4 o.a. aangegeven dat er een instructie door het algemeen bestuur dient te worden vastgesteld waarin nadere voorschriften gesteld worden betreffende de taak en bevoegdheid van de secretaris.
De secretaris vervult daarnaast de functie van directeur bedrijfsvoering van de gezamenlijke ambtelijke organisatie van Waterschap Vallei & Eem en Waterschap Veluwe. De directeur bedrijfsvoering (secretaris van Waterschap Veluwe) en de algemeen directeur (secretaris van Waterschap Vallei & Eem) vormen tezamen de directie van de ambtelijk gefuseerde organisatie. De taken van de directie worden geregeld in artikel 13.
Algemeen
In de Algemene wet bestuursrecht is een wettelijke regeling inzake delegatie (afdeling 10.1.2) opgenomen. Hierin is onder meer aangegeven wat onder delegatie dient te worden verstaan.
gedelegeerde bevoegdheid.
In artikel 83, lid 1 van de Waterschapswet is vastgelegd dat het algemeen bestuur bevoegdheden kan overdragen aan het college van dijkgraaf en heemraden. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn bevoegdheden opgesomd welke zo wezenlijk geacht worden voor de taakuitoefening van het waterschap dat overdracht hiervan is uitgesloten.
Om de bestuurlijke effectiviteit te bevorderen draagt het algemeen bestuur een aantal van zijn bevoegdheden over aan het college van dijkgraaf en heemraden. Benadrukt dient te worden dat dit besluit betrekking heeft op de bevoegdheid om (publiekrechtelijke) besluiten te nemen. De overdracht van de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, gebeurt door een algemene volmacht. Deze volmacht wordt gegeven door de dijkgraaf en behoeft instemming van het college van dijkgraaf en heemraden (artikel 95 Waterschapswet).
Voor de goede orde wordt erop gewezen dat ook al is de bevoegdheid gedelegeerd, de bevoegdheid tot het verstrekken van krediet hier los van staat. In voorkomende gevallen kan het dus zo zijn, dat het algemeen bestuur het krediet verstrekt en het college van dijkgraaf en heemraden het betreffende besluit neemt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een projectplan.
Onderdeel a
Dit onderdeel ziet op besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bijvoorbeeld ingeval van onrechtmatige daad en bij wanprestatie en besluiten tot arbitrage, schikking, dading en mediation. Hierbij wordt opgemerkt dat de Waterschapswet ten aanzien van een aantal rechtshandelingen - zoals het procederen in eerste aanleg in kort geding, het voegen in strafzaken en het spoedshalve instellen van beroep of inbrengen van bezwaren - de beslissingsbevoegdheid al heeft toegekend aan het college van dijkgraaf en heemraden. Het spreekt voor zich dat deze delegatie ook de voorbereiding van en het optreden in de procedures omvat.
Onderdeel b
Dit onderdeel is opgenomen omdat er termijnen verbonden zijn aan het maken van bezwaar en het instellen van beroep. Men kan daarvoor niet op een besluit van het algemeen bestuur wachten.
Onderdelen c t/m h, k en o
Het gaat hier om besluiten met een beperkte strekking, zonder dat daar zwaarwegende waterstaatkundige belangen mee gemoeid zijn. Vanuit het oogpunt van bestuurlijk effectiviteit is het wenselijk dat deze besluiten door het college van dijkgraaf en heemraden kunnen worden genomen en hiermee het waterschap slagvaardiger kan handelen.
Ook wordt voorkomen dat aan het algemeen bestuur te dikwijls besluiten van betrekkelijke geringe betekenis moeten worden voorgelegd. Met betrekking tot onderdeel h kan worden opgemerkt dat metbeleidsregels nadere invulling wordt gegeven aan de beleidsruimte die het waterschap heeft in zijn besluitvormingsbevoegdheid. De reden hiervoor is het tegengaan van willekeur en het vergroten van de rechtszekerheid. Omdat beleidsregels betrekking hebben op de uitvoering, is het wenselijk dat het college van dijkgraaf en heemraden met de vaststelling daarvan wordt belast.
Onderdeel i
Dit onderdeel is opgenomen omdat met de bekendmaking een procedure gemoeid is en het college van dijkgraaf en heemraden daar meer de geëigende instantie voor is.
Onderdeel j en n
Deze onderdelen zijn opgenomen omdat het aanvragen van subsidies en het aanbesteden vaak gebeurt ter uitvoering van bepaalde projecten. Het college van dijkgraaf en heemraden is hiermee belast, aangezien zij ook met de uitvoering van de betreffende projecten is belast. Het college van dijkgraaf en heemraden is belast met het verlenen van subsidies, omdat het verlenen van subsidies gebeurt ter uitvoering van beleid van het waterschap.
Onderdeel m
Het gaat hierbij om gedoogplichten in verband met noodzakelijke onderzoeken of voor de aanleg van waterstaatswerken. Deze zijn vaak spoedeisend van aard, waardoor men niet op een besluit van het algemeen bestuur kan wachten.
Onderdeel p, q, r, s en t
Gelet op de korte tijd die het waterschap heeft om op de onderhavige ontwerp-begrotingen te reageren is het kenbaar maken van bevindingen bij het college van dijkgraaf en heemraden belegd.
Onderdeel u
Dit onderdeel is toegevoegd om de bestuurlijke effectiviteit te bevorderen. De Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen voor Waterschapspersoneel vormen de CAO voor de waterschapssector. Het bekrachtigen van deze CAO blijft een bevoegdheid van het algemeen bestuur. Het nemen van besluiten over de toepassing en invulling van regelingen inzake sectorale en decentrale secundaire arbeidsvoorwaarden is een bevoegdheid van het college van dijkgraaf en heemraden. Bestuurlijk gevoelige regelingen (bijv. de Klokkenluidersregeling) worden aan het algemeen bestuur voorgelegd.
Onderdeel v
Dit onderdeel is opgenomen om op een efficiënte wijze de legger te kunnen vaststellen en wijzigen, zodat de keur en de onderhoudsverplichting van toepassing zijn op het water. De legger kan onder andere gewijzigd worden naar aanleiding van verzoeken van aangelanden en naar aanleiding van vergunningverlening of het vaststellen van een projectplan. Onder het wijzigen van de legger valt ook het van de legger halen van een water.
In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen welke verbonden zijn aan de in artikel 7 genoemde delegatie. Het college van dijkgraaf en heemraden heeft een actieve informatieplicht met betrekking tot de gedelegeerde bevoegdheden.
De besluitenlijst van het college van dijkgraaf en heemraden wordt ter kennis gebracht van de leden van het algemeen bestuur.
Algemeen
In de Algemene wet bestuursrecht is een wettelijke regeling inzake mandaat (afdeling 10.1.1) opgenomen. Hierin is onder meer aangegeven wat onder mandaat dient te worden verstaan.
Voor de goede orde wordt erop gewezen dat ook al is de bevoegdheid gemandateerd, de bevoegdheid tot het verstrekken van krediet hier los van staat. In voorkomende gevallen kan het dus zo zijn, dat het algemeen bestuur het krediet verstrekt en het college van dijkgraaf en heemraden het betreffende besluit neemt.
Onderdeel a t/m e
Deze onderdelen regelen tot welk bedrag het college van dijkgraaf en heemraden krediet mag verstrekken, investeringen mag overschrijden, en de netto-kosten mag overschrijden. Tevens regelt dit artikel het schuiven met budget door het college van dijkgraaf en heemraden en het ontrekken aan de begrotingspost "Onvoorzien".
Onderdeel a
Het college van dijkgraaf en heemraden is bevoegd krediet te verlenen tot een maximum van bruto € 2,0 miljoen voor projecten die in de begroting zijn opgenomen. Bruto wil zeggen de uitgaven. Over dat deel loopt het waterschap risico. Het netto-krediet is het bruto-krediet minus inkomsten zoals subsidies en overige bijdragen.
Onderdeel f
Het komt voor dat tegen besluiten van het algemeen bestuur bezwaar en/of beroep openstaat of dat het algemeen bestuur op andere wijze in een gerechtelijke procedure is betrokken. In dergelijke gevallen wordt het waterschap ambtelijk vertegenwoordigd. Mede gelet op de beperkte vergaderfrequentie van het algemeen bestuur is het niet wenselijk dat deze vertegenwoordiging per geval wordt geregeld.
Onderdeel h
De dynamische omgeving van planvorming en voorbereiding van Ruimte voor de Rivier en de daarbij aanwezige tijdsdruk, past niet binnen de vergaderfrequentie van het AB en vraagt daarom om afspraken over de wijze waarop de verantwoording en informatie binnen Waterschap Veluwe vorm krijgt. Deze afspraken zijn vastgelegd in het besluit van het algemeen bestuur van 23 september 2009, onderwerp Mandatering en rapportage in het kader van Ruimte voor de Rivier.
De betreffende mandatering blijft ongewijzigd van kracht en is hier opgenomen in onderdeel h.
In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen welke verbonden zijn aan het in artikel 9 genoemde mandaat. Het college van dijkgraaf en heemraden heeft een actieve informatieplicht met betrekking tot de gemandateerde bevoegdheden.
De besluitenlijst van het college van dijkgraaf en heemraden wordt ter kennis gebracht van de leden van het algemeen bestuur.
Waterschap Vallei & Eem en Waterschap Veluwe hebben een gezamenlijke ambtelijke organisatie die voor beide waterschappen werkt. De ambtenaren die voor de ambtelijke organisatie werken blijven in dienst van het waterschap waarbij ze op 31 december 2011 in dienst waren. Om ambtenaren voor beide waterschappen werkzaam te kunnen laten zijn, moeten ze zowel bevoegdheden van het waterschap waarbij ze in dienst zijn gemandateerd krijgen als bevoegdheden van het waterschap waarbij ze niet in dienst zijn. Op grond van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht behoeft de mandaatverlening, indien de gemandateerde niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van de mandaatgever, de instemming van de gemandateerde en in voorkomend geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt. Dit is niet van toepassing indien bij wettelijk voorschrift in de bevoegdheid tot mandaatverlening is voorzien. Daarom is in dit artikel geregeld dat ambtenaren die in dienst zijn van Waterschap Vallei & Eem dezelfde bevoegdheden gemandateerd krijgen door het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Veluwe als ambtenaren die in dienst zijn bij Waterschap Veluwe en dat ambtenaren die in dienst zijn van Waterschap Veluwe dezelfde bevoegdheden gemandateerd krijgen door het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei & Eem als de ambtenaren die in dienst zijn van Waterschap Vallei & Eem.
Waterschap Vallei & Eem en Waterschap Veluwe hebben een gezamenlijke ambtelijke organisatie. Voor de bestuurlijke aansturing van de gezamenlijke ambtelijke organisatie zijn afspraken nodig tussen het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei & Eem en het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Veluwe. Er zijn afspraken nodig over de afstemming en uitvoering van het beleid van beide waterschapen, over de voorbereiding van de bestuurlijke fusie tussen beide waterschappen per 1 januari 2013 en over de bestuurlijke prioriteitstelling.
De directie geeft leiding aan de gezamenlijke ambtelijke organisatie van Waterschap Vallei & Eem en Waterschap Veluwe. De algemeen directeur is voorzitter van de directie en eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie.
De directie bepaalt de strategische koers van de organisatie (zowel op het gebied van de organisatieontwikkeling als op de uitvoering van de reglementaire taken), geeft de betreffende ambtenaren de opdracht om deze koers binnen de door de directie aangegeven strategische kaders verder door te vertalen naar de organisatie.
De directie geeft integraal sturing aan processen, aan de organisatie en aan houding en gedrag in de organisatie op basis van de beoogde organisatiecultuur en de gewenste identiteit van de organisatie op strategisch niveau en legt hierover verantwoording af aan het college van dijkgraaf en heemraden.