logo waterschap veluwe
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Water > Waterpeil > Gemalen

Gemalen, stuwen en sluizen

Gemalen

Een gemaal regelt de waterstand in een bepaald gebied. Het gemaal pompt het teveel aan water van het lage gebied naar een meestal hoger gelegen waterniveau. Sommige gemalen kunnen ook de andere kant op werken. Dan laten ze water de polder in. Waterschap Veluwe beheert negen hoofdgemalen en 45 kleine gemalen.

tekening van een schroefpomp    tekening van een centrifugaalpomp

De hoofdgemalen liggen allemaal langs de IJssel of het Randmeer. Het teveel aan oppervlaktewater uit het gebied wordt via sloten en kanalen naar het gemaal geleid. Het gemaal pompt het water dan naar de IJssel of het Randmeer. Er zijn verschillende soorten pompen. Een aantal gemalen gebruikt vijzels om het water omhoog te brengen. Een vijzel lijkt op een enorme schroef. Deze schroef staat schuin omhoog. De vijzel brengt het water naar een hoger gelegen niveau. Andere gemalen gebruiken verticale schroefpompen (linker tekening). Dit zijn een soort scheepsschroeven in het water met een buis erboven. De scheepsschroef draait het water omhoog de buis in. Ook de centrifugaalpomp (rechter tekening) werkt op een dergelijke manier.

Eeuwenoud

Nederland is een nat landje. Gemalen helpen ons dan ook al eeuwenlang met het waterbeheer in Nederland. De eerste gemalen waren windmolens. In Noordeinde stond vroeger een windmolen bij de dijk. Het aanvoerende kanaal heet nu nog Molenvliet. Achter het vroegere gemaal Oosterwolde langs het weidevogelreservaat staan nog steeds een aantal werkende windmolens, die het reservaat van water voorzien. In de 19e eeuw gingen de gemalen op stoom werken. Uit die tijd stamt nog de naam machinist. De machinist, tegenwoordig peilbeheerder, is degene die het gemaal bedient en beheert.

Later werkten de gemalen op dieselmotoren. Tegenwoordig draaien alle pompen op elektriciteit. In Wapenveld staat nog een oud gemaal ‘Pouwel Bakhuis’. Het staat naast het nieuwgebouwde gemaal Veluwe. Het verschil tussen vroeger en nu is hier goed te zien.

Overzichtskaart gemalen

stuw

Stuwen

Met een stuw regelen we de waterstand in bijvoorbeeld een sloot of een beek. Het is meestal een beweegbare klep in het water, waarachter het water blijft staan. De hoogte van het water regelen we met verschillende standen van de stuw. Sommige stuwen hebben één vast peil; dan noemen we het ook wel een drempel. Beweegbare stuwen kennen meestal een minimum en een maximum peil.

Stuwen zijn er in alle soorten en maten. Er zijn stuwen van hout, metaal of van steen. Soms worden ze met de hand bediend. Steeds vaker werken ze automatisch en zijn ze op afstand met computers te bedienen.

Bij de aanleg van een nieuwe stuw houden we zoveel mogelijk rekening met de dieren in het water. We willen graag dat vissen op en neer kunnen zwemmen in het water en niet gevangen zitten tussen twee stuwtjes. Vissen zwemmen soms kilometers ver een beek in om eieren af te zetten. Als dit niet kan doordat er een stuw in de weg staat, dan kan de vissoort zelfs uitsterven. Op een aantal plaatsen heeft Waterschap Veluwe daarom een vistrap gebouwd. Om de stuw heen wordt een watergang gegraven met daarin een soort trap van stenen. De vis kan hierlangs omhoog springen en zo verder de beek in zwemmen.

vistrap

Vistrap

Sluizen

Een sluis is een beweegbare waterkering. Een sluis kan open en dicht met deuren of schuiven. Een dichte sluis houdt water tegen. Er bestaan verschillende soorten sluizen. Er zijn schutsluizen, keersluizen, in- en uitlaatsluizen of combinaties hiervan.

In de dijken langs het Randmeer en langs de IJssel zitten enkele uitlaatsluisjes. Het water uit de polder kan gewoon het Randmeer of de IJssel instromen. Als het water in het Randmeer of de IJssel te hoog wordt, gaat de sluis vanzelf dicht door de druk van het water.

Een ander voorbeeld hiervan is de keersluis in de dijk bij Hattem. Deze keersluis is in 1996 gebouwd. De sluis staat bij de uitmonding van het Apeldoorns Kanaal in de IJssel. In principe staat de sluis open zodat het water van het Apeldoorns Kanaal vrij de IJssel in kan stromen. Maar als de waterstand in de IJssel te hoog wordt en het water dreigt het Apeldoorns Kanaal in te stromen, dan sluiten we deze keersluis. Zo blijft het achterland droog bij hoge waterstanden in de IJssel. Tegelijkertijd moet dan gemaal Veluwe extra aan de slag. Het gemaal pompt dan het aangevoerde water uit het Apeldoorns Kanaal weg naar de IJssel.

keersluisDe keersluis in Hattem bij hoogwater.

In het Apeldoorns Kanaal liggen nog zes oude schutsluizen, om het grote verschil in waterpeil te overbruggen. Het Apeldoorns Kanaal is in de 19e eeuw gegraven in opdracht van Koning Willem I voor de scheepvaart. Door de schutsluizen konden schepen van het hoge waterpeil naar het lage waterpeil varen en omgekeerd. Een schutsluis heeft twee keer twee deuren. Aan de ene kant van de sluis staat het water hoog, aan de andere kant laag. Tussen de deuren in kan het waterpeil stijgen of dalen. Zo kun je een schip van hoog naar laag water laten varen en omgekeerd. De sluizen houden het water ook op peil. Aan weerszijden van de schutsluizen komen peilverschillen van 1,5 meter tot wel acht meter (bij de sluis in Dieren) voor.

Paginafuncties

logo waterschap veluwe
Naar boven