
Een goede waterstand is erg belangrijk. Er zijn veel verschillende belangen mee gemoeid. Grasland heeft bijvoorbeeld een ander waterpeil nodig dan natuur of woningbouw. Daarom stelt het waterschap voor lage gebieden en polders peilbesluiten vast. Een peilbesluit is een document waarin is vastgelegd wat de waterstand is voor een polder voor een bepaalde periode. Dit gebeurt per peilvak. Een peilvak is het gebied tussen stuwtjes of gemalen in waar het water op dezelfde hoogte gehouden wordt. Voor elk peilvak is er een hoogste en een laagste peil.
Waterschap Veluwe kent vier peilbesluitgebieden:
In de laaggelegen polders regelen sluizen, stuwen en gemalen de stand van het water. Al het teveel aan water in de polder stroomt via sloten en kanalen naar het hoofdgemaal. Het hoofdgemaal pompt het water naar de IJssel of het Randmeer. Als er te weinig water in de polder staat, laten we water uit de IJssel of het Randmeer de polder instromen. Met deze inlaat moeten we echter voorzichtig zijn, omdat dit water vaak een andere (mindere) kwaliteit heeft dan het gebiedseigen water.
Afwegen van belangenHet grondwatergerichte peilbeheer heeft ook te maken met het opstellen van een Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) voor het hele beheersgebied van Waterschap Veluwe. Deze GGOR vloeit voort uit afspraken op nationaal niveau.